Eileideronderzoek met een schuimecho

Het ei van Columbus?

Als een zwangerschap uitblijft, is het eileideronderzoek een van de gangbare testen. Gaat de schuimecho de HSG vervangen?

Tekst: Margriet Zuidgeest

Afwijkingen in de eileiders zijn bij veertien procent van de vrouwen de oorzaak van verminderde vruchtbaarheid. Als een arts wil weten of de eileiders voldoende open zijn, kan dat met verschillende onderzoeken worden vastgesteld: de röntgenfoto (hysterosalpingogram, afgekort HSG), de schuimecho, de transvaginale hydrolaparoscopie (kijkoperatie via de schede onder plaatselijke verdoving) en de laparoscopie (kijkoperatie, meestal onder algehele verdoving). Een kijkoperatie wordt uitgevoerd bij een verhoogd risico op verklevingen, of als er uit de twee andere onderzoeken afwijkingen naar voren komen.

Doorspuiten van de eileiders
Het uitvoeren van een HSG of een schuimecho wordt ook wel het ‘doorspuiten’ van de eileiders genoemd, simpelweg omdat er contrastvloeistof via de baarmoederhals in de baarmoeder en eileiders wordt gespoten. Dit gebeurt om eventuele afwijkingen in de baarmoeder en de doorgankelijkheid van de eileiders zichtbaar te maken op een röntgenfoto of echo. De röntgenfoto of HSG wordt gemaakt op de röntgenafdeling, de schuimecho op de poli. ‘Als ik iemand doorverwees voor een HSG, verontschuldigde ik me altijd vooraf voor de omgeving waarin zo’n HSG gedaan wordt,’ zegt gynaecoloog Mark Hans Emanuel van het Hoofddorpse Spaarne Ziekenhuis. Hij doelt op de röntgenafdeling.

Puur functioneel
Niet in alle ziekenhuizen wordt de HSG door een fertiliteitsarts uitgevoerd, die vertrouwd is met de patiënt en meteen de uitslag kan geven. ‘Men is op de röntgenafdeling niet echt bezig met gevoelens die de problematiek bij mensen oproept. Het werkt er puur functioneel; er moet snel een foto worden gemaakt,’ aldus Emanuel. Gynaecoloog Eva Robertson runt samen met haar collega Emmy van Woerden de Zuidoost Kliniek in Amsterdam. Zij bevestigt: ‘De röntgenafdeling is “groot en bloot”. De sfeer is kil, terwijl patiënten gevoelsmatig een examen moeten afleggen. De uitslag is voor hen tenslotte heel belangrijk.’

Lees ook: Hysteroscopie voorafgaand aan ivf?

Vertrouwde omgeving
Met de komst van de schuimecho is de gang naar die onpersoonlijke röntgenafdeling niet vaak meer nodig. Er wordt wel contrast ingespoten, maar in plaats van een röntgenfoto wordt er een inwendige echo gemaakt. Emanuel: ‘Elke gynaecoloog kan zo’n echo maken. Als vrouw kun je snel – soms ter plekke – door je eigen arts worden behandeld. Gewoon in de bekende omgeving van de poli.’ Een vertrouwde onderzoeksomgeving is misschien een prettige bijwerking van de schuimecho, maar niet de reden waarom ’ie op de markt is gebracht. ‘De ontdekking was eigenlijk een beetje toevallig,’ vertelt Emanuel. ‘Vroeger gebruikten we water als contrastvloeistof bij echo’s. Omdat water veel te gemakkelijk uit de baarmoeder stroomde, bedachten mijn collega Niek Exalto en ik dat we “dikker water” moesten hebben. Water werd gel. De echogel was geboren.’

Eileiders perfect zichtbaar
Omdat de substantie zo prettig werkte bij baarmoederonderzoek, kwam vooral vanuit het buitenland de vraag of het ook mogelijk was om met deze gel eileiders zichtbaar te maken. ‘Dat gingen we onderzoeken. De gel bleek te dik, dus wij moesten het spul weer verdunnen. We ergerden ons in eerste instantie wild aan de luchtbellen die ontstonden. Maar wat denk je? Een grote hoeveelheid luchtbellen vormt schuim dat dun genoeg is voor eileiders, en dat bovendien op de echo verschijnt als een prachtig, felwit contrast! Perfect zichtbaar. En dat is voor meekijkende patiënten ook prettig.’ Dat beaamt Robertson. ‘Vrouwen vinden het leuk om samen die eileiders te kunnen zien. Vervolgens bespreken we meteen het onderzoeksresultaat.’

Onderzoek naar pijn
Bij het maken van schuimecho’s kwam er een nog belangrijker verschil met het HSG aan het licht. Emanuel: ‘Over het HSG hoorden we altijd dat het zo pijnlijk was. Eenmaal begonnen met schuimecho’s, kreeg ik ineens weinig klachten meer. Waarschijnlijk omdat er minder druk in de eileiders wordt opgebouwd. Dat was een verrassing!’ ‘Bijna niemand heeft er last van,’ merkt ook Robertson bij haar patiënten. ‘De methode past goed in de onderzoekssetting die ze al kennen. Ook dat is natuurlijk gunstig voor de pijnbeleving.’ Maar is dit niet subjectief? Wat voor de één pijn is, kan een ander toch afdoen als ‘ongemak’? ‘Inderdaad. Daarom is er een studie gedaan naar het verschil in pijnbeleving bij HSG en schuimecho,’ vertelt Emanuel. ‘Wat bleek? Toen patiënten dat op een schuifmaatje van 0 (geen last) tot 10 (ondraaglijke pijn) konden aangeven, kwam HSG als twee keer zo pijnlijk uit de test. Dat bevestigde dus wat wij uit de praktijk hoorden.’

Lees ook: Wanneer is mijn eisprong?

Specialisten aarzelen
‘Vertrouwde setting’, ‘meteen het resultaat’ en ‘minder pijnlijk’ – het schuim klinkt daarmee bijna als het ei van Columbus. Bijna een kwart van de ziekenhuizen in Nederland werkt dan ook al met de schuimecho. ‘We verwachten dat deze onderzoeksmethode op den duur het HSG grotendeels zal vervangen, waar het gaat om de doorgankelijkheid van de eileiders te testen,’ zegt Cees van der Stel, salesmanager bij Goodlife – distributeur van ExEm foamecho (de schuimecho). ‘Voor patiënten is de echo minder belastend dan een röntgenfoto, horen wij terug van artsen, die zelf een tijdsbesparing ervaren. Bovendien worden de vrouwen niet blootgesteld aan röntgenstraling. Omdat er voor een schuimecho geen radioloog, en geen röntgenpersoneel en –ruimte nodig zijn, kost het de zorgverzekeraar minder geld.’ Emanuel merkt dat specialisten aarzelen omdat ze er geen ervaring mee hebben. ‘Natuurlijk is er een leercurve. Maar schuimecho’s maken is niet moeilijk en went ontzettend snel.’ Robertson: ‘Artsen moeten altijd wennen. En nieuwe behandelingen moeten vaak de hele ziekenhuismolen door voordat specialisten ermee kunnen werken. Wij zijn geen ziekenhuis en onze kliniek is relatief klein, waardoor wij sneller kunnen beslissen. Bovendien proberen wij graag iets nieuws, zeker als dat voordelig is voor de patiënt.’

Vervolgonderzoek
Hoewel prettiger voor arts en patiënt, toch zal de schuimecho niet honderd procent van de HSG’s vervangen, weten de gynaecologen. Waarom niet? ‘Bij zo’n vijftien procent van de schuimecho’s is vervolgonderzoek nodig met een HSG of kijkoperatie,’ stelt Emanuel. ‘Daarnaast is het beeldveld van een HSG wat groter dan bij de echo; je ziet de hele onderbuik en de overloop naar de buikholte. Sommige specialisten vinden het belangrijk om dat gebied op een foto te zien.’ In de Zuidoost Kliniek kiezen de gynaecologen alleen voor een HSG als iemands voorgeschiedenis daar aanleiding toe geeft. ‘Bijvoorbeeld als een patiënt er al een heel onderzoekstraject op heeft zitten. Na een eileideroperatie of buitenbaarmoederlijke zwangerschap verwijzen we sowieso door voor een kijkoperatie. Maar in 95 procent van de gevallen doen we gewoon de schuimecho. Voor iedereen wel zo prettig!’

Jennifer (34) kreeg een schuimecho

‘Het eileideronderzoek leek me best eng. Ik was vooral bang dat we iets zouden zien wat we niet wilden zien – zoals vleesbomen of een tumor. Daarnaast vreesde ik dat het pijn zou doen. Ook in de folder stond dat daar kans op was. Maar ik voelde eigenlijk niets. Alleen het inbrengen van het slangetje en het heen en weer bewegen ervan was een beetje irritant, maar pijn heb ik niet ervaren. Komisch genoeg dacht ik dat een schuimecho gedaan werd met schuim uit een spuitbus! Maar het was gewoon vloeistofachtig spul, dat na inspuiten mooi zichtbaar was op de echo: felwit was het. Doordat ik kon meekijken, zag ik met eigen ogen dat het schuim prima doorstroomde – erg geruststellend. Tijdens en na het onderzoek vertelden de arts en verpleegkundige me dat het er inderdaad allemaal goed uitzag. Wie dit onderzoek moet ondergaan, hoeft er niet tegenop te zien. Het is met een kwartiertje klaar en je weet meteen waar je aan toe bent. En het zit gewoon in het basispakket van de zorgverzekeraar.’

Dit artikel verscheen eerder in Uitgerekend Jij nr. 2, 2014.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*