Definitief onvruchtbaar, wat nu?

Daphne en haar man zijn pas ouders geworden van een dochter – dankzij een zaaddonor. Ze genieten van hun prille ouderschap, maar de weg ernaartoe was er eentje vol hobbels. Daphne beschrijft die hobbels voor Uitgerekend Jij. Deze maand deel 4: definitief onvruchtbaar, wat nu?

Door: Daphne

Na een uur wachten op de uitslag van het TESE-onderzoek word ik geroepen. Ik mag naar mijn man. De ingreep was niet prettig maar goed te doen, vertelt hij. We moeten nog een half uur wachten tot ze klaar zijn in het laboratorium. Als de behandelend arts binnenkomt, windt hij er geen doekjes om: “We hebben helaas niks kunnen vinden, u bent onvruchtbaar meneer.”

Nooit kinderen
Ik dacht al eens gevoeld te hebben hoe de grond onder me vandaan zakte en dat gevoel is er weer. Al snel lig ik snikkend en huilend in de armen van mijn man. Ik hoor hem te troosten, maar het is andersom. En dan moeten we nog een uur naar huis rijden en onze familie op de hoogte brengen dat we nooit kinderen zullen krijgen. Iedereen is intens verdrietig. Familie en vrienden geven positief advies, maar alles valt verkeerd. We zijn onvruchtbaar en we zullen ermee moeten leven, daar is niks positiefs van te maken.

Geen adoptie
Anderhalve maand later worden we verwacht voor een evaluatiegesprek. Hierin worden de opties genoemd om toch nog een gezin te vormen. Die hebben wij samen ook al besproken. Adoptie is geen optie, hoe graag ik dat ook zou willen. In de wet staat beschreven dat er tussen de oudste ouder en het kind niet meer dan veertig jaar leeftijdsverschil mag zijn. Na alle verplichte screenings en wachttijden zijn we minimaal vier jaar verder. We komen dan alleen nog in aanmerking voor een kindje dat minimaal drie jaar oud is. Bovendien mogen in Nederland alleen kindjes met een medisch paspoort worden geadopteerd uit het buitenland. Dit kan variëren van doofheid tot een lichamelijke handicap. Heel egoïstisch misschien,  maar hier willen wij niet voor kiezen. Vooral mijn man ziet deze weg niet zitten. We sluiten adoptie daarom uit.

Even laten
Ook pleegouder worden is voor ons geen optie. We zijn bang dat we een kindje toegewezen krijgen dat na een aantal jaar weer bij ons weggaat. Die klap kunnen we niet aan. Dan blijft nog over: een zaaddonor. Maar we besluiten om het even te laten voor wat het is en eerst deze klap goed te verwerken. In de twee maanden die volgen leven we ons leven, genieten we intens van elkaar, en doen we veel leuke dingen. Zo af en toe komt het onderwerp aan bod. Maar iedere keer kappen we het toch weer snel af. We zijn er nog niet aan toe.

Ik wil kinderen
Op een dag komt mijn man thuis van zijn werk. Hij gedraagt zich anders dan normaal. Ik vraag hem wat er aan de hand is. “Ik wil het,” antwoordt hij, “ik wil kinderen. Dan maar niet van mij, maar ik wil een gezin worden. We moeten ervoor gaan.” Ik sta vastgenageld aan de grond. “Wat zeg je? Je wilt een kindje van een donor?” “Ja 100%” antwoordt hij. “Ook al is het niet biologisch van mij, het is wel ons kindje.” Ik geef aan dat we dan maar veel moeten gaan praten de komende tijd en dat ik het even een plekje moet geven. Nooit had ik gedacht zo snel een volgende stap te nemen.

Liefde sterk genoeg
Er gaan enkele maanden voorbij. We bespreken de voor- en nadelen van een donor en de keuze voor een bekende of een voor ons onbekende donor. We komen tot de conclusie dat we dolgraag een gezin willen vormen. Onze liefde voor elkaar is sterk genoeg om dit te kunnen. We besluiten het traject in te gaan voor een donorkindje.”

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*